Betere resultaten voor rekenen - door er minder mee bezig te zijn!
Het klinkt paradoxaal, maar in het project ‘
Natuurlijk Wiskunde in het
ZML’(voorloper van het project
PARWO) lijkt het een van de uitkomsten.
Vier jaar geleden startte
ZML –Midden Brabant (nu De Bodde)
dit project samen
met het educatief ontwerpbureau Edumat en sloeg met z’n reken-
/wiskundeonderwijs een nieuwe weg in. Geen droge oefeningen en werkbladen
met sommetjes, maar levensechte situaties als uitgangspunt voor het
rekenonderwijs.
Ondanks deze tamelijk fundamentele accentverschuiving zijn gedurende het project
de resultaten van het formele rekenen spectaculair verbeterd.
Bij aanvang van het project in 2005 werd een 0-meting gedaan om het startniveau
in beeld te brengen. De leerlingen van de eindgroepen SO (in leeftijd vergelijkbaar
met de schoolverlaters in het basisonderwijs) hebben een serie van 30 opgaven
gemaakt: 10 kale sommen en 20 verhaaltjessommen
, een selectie uit de Cito
Leerlingvolgtoetsen die in het basisonderwijs worden gebruikt om de ontwikkeling
van de leerlingen in kaart te brengen.
(een kleine groep, de +/-20% zwakste leerlingen hebben niet meegedaan aan de onderzoeken)
Van deze 30 opgaven maakten de leerlingen in 2005 gemiddeld 35% goed. In
2006 was dat 39%. Bij de meting in 2007 schoot dat percentage omhoog tot maar
liefst 56% . We dachten daarmee redelijk aan onze top te zitten. Maar wat blijkt in
2008: de groei zet door: 63 % van de opgaven werd goed gemaakt.
Ten opzichte van 2005 een relatieve groei van niet minder dan 80%!!
![]() Dit resultaat had niemand verwacht.
Het geeft stof tot nadenken. Je zou immers denken dat je de rekenvaardigheid het
meest bevordert door het veel te oefenen. Zo kennen we het rekenonderwijs ook
uit ons eigen verleden: het zingen van de tafels, het eindeloos uitschrijven van
staartdelingen en dat soort zaken.
Nee, daar zijn we in dit project niet mee bezig geweest. Niet in de laatste plaats
omdat deze ‘zeer moeilijk lerenden’ niet direct gebaat zijn met sommenkennis. In
de winkelwagen en op straat liggen geen sommen. Wat ze er wel tegenkomen is
een overvloed aan informatie, in de vorm van cijfers, letters en symbolen.
Belangrijke informatie over prijs, maat, inhoud, plaats en tijd . Kennis die je nodig
hebt om bijvoorbeeld te weten waar en wanneer je kleren kunt kopen. Kleren die
betaalbaar zijn en de juiste maat hebben.
Dat vraagt wat we ook wel noemen ‘Gecijferdheid’: weten waar getallen voor dienen, waar ze voor gebruikt worden, wat ze betekenen. In het project ‘Natuurlijk Wiskunde in het ZML’ zijn een aantal principiële keuzes
gemaakt. Deze zijn in het PARWO project verder uitgewerkt en breder uitgezet.
Ook op andere scholen zien we positieve ontwikkelingen.
We houden een vinger aan de pols.
Op de scholen waar wordt gewerkt met het Cito leerlingvolgsysteem, zullen we de
resultaten daarvan nauwkeurig volgen en analyseren.
Daarnaast hebben we inmiddels een efficiënt screeningsinstrument ontwikkeld in
de vorm van de zogenaamde
'Quickscan'.
Deze scan brengt meer dan alleen 'het topje van de ijsberg' in beeld en toont de
ontwikkeling van de leerlingen in een breed perspectief.
Door aan deze scan ook direct het onderwijsaanbod te koppelen, verkrijgen we
een efficiënt en overzichtelijk systeem dat leerkrachten en scholen helpt 'passend
reken-/ wiskunde onderwijs' te geven.
We houden je van de ontwikkelingen op de hoogte! |
||||||||||